De maten van het speelveld

Het speelveld, dat 23,77 m lang en 8,23 m breed is, moet een rechthoek zijn. Dwars over het midden moet het worden gescheiden door een net, dat aan een koord (netkoord) of metalen kabel (netkabel) hangt. Dit moet een diameter van ten hoogste 0,8 cm hebben. De uiteinden dienen bevestigd te zijn aan de bovenkant van twee netpalen, die niet meer dan 15 cm in het vierkant of in diameter mogen zijn. De palen moeten met hun hartlijn aan elke zijde 91,4 cm buiten het speelveld staan. De hoogte van de palen moet zodanig zijn, dat de afstand gemeten vanaf de bovenkant van het koord of de metalen kabel tot de grond 1,07 is. In Nederland zijn de tennisbanen geschikt gemaakt voor zowel het enkel als het dubbelspel. Daarom zijn de speelvelden uitgerust met een dubbelspelnet. Bij enkelspelen dient het net daarom ondersteund te worden door de zogenaamde enkelspelpaaltjes. Deze enkelspelpaaltjes mogen niet meer dan 7,5 cm in het vierkant of 7,5 cm in diameter zijn. Zij staan met hun hartlijn aan elke zijde op 91,4 cm buiten het enkelspelveld. Het net, dart in het midden strak moet worden getrokken door een nettrekband, die niet meer dan 5 cm breed mag zijn, moet in het midden een hoogte hebben van 91,4 cm. De nettrekband dient wit van kleur te zijn.

Tennisnet met toebehoren

Het netkoord of netkabel moet samen met de bovenkant van het net bedekt zijn door een band (linnen of kunststof) die niet smaller dan 5 cm en niet breder dan 6,3 cm aan beide zijden mag zijn. Ook deze band dient wit van kleur te zijn. De lijnen die de lange en korte zijde van het speelveld begrenzen, worden resp. de `zijlijnen' en `achterlijnen' genoemd. Aan de ~eerzijden van het net, evenwijdig daaraan en op een afstand van 6,40 m daarvan moeten de `servicelijnen' worden getrokken. Het oppervlak aan weerszijden van het net tussen de service lijn en de zijlijnen moet door de `midden-service-lijn' in twee gelijke delen, de `service-vakken' worden verdeeld. De midden-service-lijn moet 5 cm breed zijn en evenwijdig met de zijlijnen getrokken zijn. De achterlijnen moeten in het midden voorzien zijn van een 'middenmerk'. Dit `middenmerk' is een lijn van 10 cm lang en 5 cm breed en dient zich binnen het speelveld te bevinden, aansluitend aan de achterlijn. Alle andere lijnen dienen niet breder dan 5 cm en niet minder dan 2,5 cm te zijn. Alleen de achterlijn mag 10 cm breed zijn. De lijnen moeten allemaal dezelfde kleur hebben. De uitloopruimte achter en naast het speelveld moeten voor de achteruitloop minimaal 6,40 zijn. Voor de zij-uitloop minimaal 3,66 m. De afstand tussen twee niet van elkaar gescheiden banen moet minimaal 5 m zijn.

De bal

De bal moet een diameter hebben van minimaal 6,35 cm maar mag niet groter zijn dan 6,67 cm, moet meer dan 56,7 gram wegen en minder dan 58,5 gram. De bal moet wit of geel van kleur zijn. Tegenwoordig worden er bijna geen slechte ballen meer gemaakt. Alle ballen van de bekende merken voldoen aan de eisen die gesteld worden.

Het racket

De laatste jaren heeft de ontwikkeling van het tennisracket bepaald niet stil gezeten. Ook hiervoor is eigenlijk hetzelfde van toepassing als wat voor de ballen geldt; slechte rackets worden bijna niet meer gemaakt. De rackets van de bekende merken voldoen allemaal aan de gestelde eisen. Het racket mag niet groter zijn dan 81,28 cm, inbegrepen de handgreep en mag niet breder zijn dan 31,75 cm. De besnaring moet vlak zijn en bestaan uit een patroon van gekruiste snaren, die verbonden zijn met een frame en om en om gevlochten zijn of aan elkaar bevestigd, waar zij elkaar kruisen. Het patroon moet zoveel mogelijk gelijkvormig zijn en moet op alle plaatsen even dicht bespannen zijn.

Wat zijn vaste hindernissen!

Vaste hindernissen zijn het net, de netpalen, de enkelspelpaaltjes, het netkoord, de netband, de nettrekband. Ook het hekwerk rondom het speelveld (binnen vaak netten), tribunes, andere zitplaatsen buiten het veld, zitplaatsen en stoelen rond het speelveld en de personen die daarop hebben plaatsgenomen. De scheidsrechterstoel, de scheidsrechter, de lijnrechters en netrechter en de ballenjongens, mits ze op hun plaats zijn, behoren tot de vaste hindernissen. Wanneer de bal een vaste hindernis raakt dan is het punt verloren voor diegene die de bal heeft geslagen. Behalve wanneer het de eerste service betreft, want dan mag er nog éénmaal geserveerd worden. De nauwkeurige definiëring van `vaste hindernissen' is noodzakelijk, omdat de aanraking van de bal met zo'n vaste hindernis het punt kan beslissen.

De twee belangrijkste uitgangspunten m.b.t. vaste hindernissen zijn:

  1. In principe is een bal, die een vaste hindernis raakt, uit het spel, d.w.z. dat de speler die de bal het laatst geslagen heeft het punt verliest (behalve wanneer het een eerste service betreft, want dan behoudt de serveerder het recht op zijn tweede service).
  2. II. Een speler kan nooit aanspraak maken op `gehinderd te zijn in zijn spel' door een vaste hindernis, d.w.z. dat hij daar geen `let' (_ overspelen van het punt) voor kan vragen, wat in andere situaties wel mogelijk is.

De vaste hindernissen zijn in drie categorieën te onderscheiden:

  1. De toebehoren van het speelveld: net, netpalen, netkabel, netband, nettrekband (dus de gehele netconstructie). Het net en de netband zijn echter voor wat betreft het raken ervan door de bal uitsluitend `vaste hindernis' wanneer het het gedeelte betreft tussen enkel- en dubbelspelpalen, indien een enkelspel wordt gespeeld op een baan met een dubbelspelnet. De netkabel, de netpalen en enkelspelpaaltjes zijn in enkelspel resp. dubbelspel alleen vaste hindernis bij het rechtstreeks geraakt worden door een geserveerde bal; de dubbelspelpalen zijn ook vaste hindernis wanneer een enkelspel wordt gespeeld op een baan met dubbelspelnet.
  2. De entourage van het speelveld: rasterwerken of netten achter en naast het speelveld, tribunes, zitplaatsen om het speelveld. Bovendien alle andere vaste voorwerpen, die zich rondom of boven het speelveld bevinden. Op een buitenbaan bijv. overhangende takken; op eg binnenbaan spanten, stangen, een evt. aanwezige ijzeren vloerbalk onder het net - ter stabilisering van het net en de netpalen - lampen boven de baan en ook t.v. camera's.
  3. Personen, die recht hebben op een plaats op de baan. Dit zijn: scheidsrechter, lijnrechter, ballenjongens, wedstrijdleider en ploegaanvoerders. Alle genoemde personen worden slechts als vaste hindernis beschouwd zolang zij zich op hun plaats bevinden.

Wat is een `let'

Een `let' is het overspelen van een punt, bv. wanneer men niet zeker is of een bal `in' of `uit' geslagen is. Wanneer er geen scheidsrechter aanwezig is en men kan er niet uitkomen, dan moet men besluiten tot het spelen van een let.

Ook wanneer er een bal van een ander veld in het speelveld wordt geslagen en een der spelers wordt daar door gehinderd, wat meestal het geval is, moet er een `let' gegeven worden. Maar er zijn natuurlijk wel meer gevallen die het spelen van een `let' rechtvaardigen. De regel voor het spelen van een 'Iet' is het best als volgt samen te vatten: Wanneer een der spelers wordt gehinderd door iets wat buiten zijn schuld (invloeden van buitenaf) op het speelveld gebeurd, dan kan hij een let eisen. Bij het spelen van een let, moet het gehele punt worden overgespeeld, dus te beginnen bij de eerste service. Er is onderscheid tussen een `let' en een `service-let'. Een service-let houdt in dat de service moet worden overgespeeld. Wanneer er een `service-let' bij de tweede service wordt gegeven, dan mag alleen de tweede service worden geslagen. Wanneer de bal bij de service het net raakt, maai toch goed in het servicevak komt, dan wordt er een `service-let' gegeven. Ook wanneer de bal na het raken van het net niet. eerst de grond raakt, maar de ontvanger of diens racket, moet er een `service-let' gespeeld worden. Wanneer de ontvanger nog niet klaar is om de service te ontvangen, maar er wordt toch geserveerd, dan kan de ontvanger een `service-let' eisen.

De bal raakt een vaste hindernis

Indien de bal, die in spel is, na de grond te hebben geraakt, een vaste hindernis raakt (anders dan het net, de netpalen, de enkelspelpaaltjes, het netkoord of de netkabel, de netband of de nettrekband), wint de speler, die de bal sloeg, het punt; indien dit geschiedt voordat de bal de grond raakt, wint zijn tegenstander het punt.

Bij een terugslag raakt de bal de scheidsrechter of diens stoel of de verhoging waar de stoel op staat. De speler beweert dat de bal in het speelveld zou zijn gekomen. Hij verliest het punt. Netpalen en enkelspelpaaltjes nemen weer een aparte plaats in. Wanneer nl. een enkelspel op een dubbelspelveld wordt gespeeld (bijna alle banen op een tennispark zijn zo ingericht), dan zijn de enkelspelpaaltjes tijdens de rally geen vaste hindernis. De bal blijft bij het raken hiervan gewoon in het spel. De netpalen, het net, het netkoord enz. tussen de enkelspelpaaltjes en netpalen, zijn wel vaste hindernissen. Een bal die dus in een enkelspel rechtstreeks het netgedeelte tussen enkelspelpaaltjes en netpalen raakt of de netpaal zelf, is `fout'. Degene die de bal sloeg, verliest het punt. Het aanraken van vaste hindernissen Het onderwerp vaste hindernissen geeft vaak onduidelijkheid. Wanneer mag je wel het net aanraken en wanneer niet. Wanneer het net wordt aangeraakt als de bal in het spel is, dan verlies je het punt. Echter wanneer er een enkelspel wordt gespeeld op een dubbelspelveld, dan mag je het net, met de toebehoren (netband, netkabel enz.) het enkelspelpaaltje tot en met de netpaal wel aanraken. De vaste hindernissen bevinden zich buiten het speelveld en nergens staat dat men geen vaste hindernissen buiten het speelveld mag aanraken. Een voorbeeld: een speler rent naar het net om een bal te halen en remt zijn vaart door zich vast te houden aan de netpaal. Hij raakt daarbij ook het netgedeelte tussen netpaal en enkelspelpaaltje. Dat mag, deze vaste hindernissen bevinden zich buiten het speelveld. Bovenstaande mag duidelijk zijn dat het hier gaat om het spelen van een enkelspel op een dubbelspelveld. Een speler mag dus vaste hindernissen buiten het speelveld aanraken wanneer de bal in het spel is.

Uitzondering

Een speler mag niet voordat de bal is gespeeld met zijn racket over het net komen. Er is echter één uitzondering. Wanneer een bal door veel effect of door harde wind terugstuit boven de speelhelft van de speler die de bal heeft geslagen, dan mag de tegenstander met zijn racket over het net om de bal alsnog te slaan. Hij mag echter op geen enkele wijze het net raken.

Wanneer is de bal in het spel

Vanaf het moment dat de service is uitgevoerd, is de bal in het spel, tot het moment waarop het punt is beslist. 'Wanneer een speler de bal niet goed retourneert, maar er volgt geen afroep dat de bal `uit' of `fout' zou zijn en er wordt gewoon doorgespeeld, dan kan later de speler die het punt heeft verloren, geen verhaal maken. De `uit'- of `fout'-roep moet gelijktijdig met de eventuele terugslag worden gedaan, in elk geval voordat de bal opnieuw geslagen wordt. Wanneer een speler met zijn racket of lichaam het net raakt, terwijl de bal in het spel is, verliest hij het punt. Ook wanneer de speler de bal, die de grond nog niet heeft geraakt op zijn lichaam krijgt, verliest hij het punt.

Bv. in een dubbelspel slaat de serveerder zijn service totaal mis. De bal raakt de partner van de ontvanger in het andere servicevak of daar achter staat op het lichaam zonder dat de bal de grond heeft geraakt. De serveerder Wint toch het punt, hoewel de service ver uit zou zijn geweest.

De speler verliest verder het punt wanneer:

  • hij er niet in slaagt de bal die in het spel is, voordat deze tweemaal de grond heeft geraakt, rechtstreeks over het net terug te spelen;
  • hij de bal die in het spel is zo terugslaat, dat deze de grond raakt buiten de begrenzing van het speelveld;
  • hij de bal tegen een vaste hindernis slaat voordat deze de grond heeft geraakt;
  • hij de bal opzettelijk vaker dan éénmaal raakt;
  • hij met zijn racket, voordat de bal is geslagen over het net komt; - hij zijn racket naar de bal gooit en deze raakt;
  • hij zich begeeft op de helft van de tegenstander wanneer de bal in het spel is.

De serveerder laat bij de service het racket uit zijn hand vliegen. Het racket raakt het net, maar de bal komt wel in het goede servicevak terecht. Toch verliest de serveerder het punt, omdat het net wordt geraakt. Het maakt niet uit of het de eerste of de tweede service betreft.

Wanneer het racket niet het net zou raken, maar onder de ruimte van het net door het speelveld van de tegenstander bereikt, dan is het punt ook verloren voor de serveerder omdat het racket immers de speelhelft van de tegenstander raakt. Ook dit mag niet.

Een bal die zeker `uit' zou zijn gegaan mag niet voordat deze de grond of een vaste hindernis raakt worden opgevangen. De speler die de bal opvangt verlies het punt, ook al zou de bal ver uit zijn gegaan. Wanneer een speler de bal slaat die zeker uit zou zijn geweest en hij verliest daarna het punt, dan kan hij geen aanspraken maken op het punt. Het motto `maar de bal was dik uitgegaan' gaat niet op.

Een speler staat achter de lijn, maar krijgt de bal die de grond nog niet heeft geraakt, op zijn voet of op het lichaam. Ondanks dat de bal ver uit zou zijn gegaan, verliest hij toch het punt.

Bal op de lijn

Wanneer de bal de lijn raakt, dan is hij in. Het mag duidelijk zijn dat we met de lijnen die lijnen bedoelen die het speelveld begrenzen.

Telling van de punten

Indien een speler zijn eerste punt wint, wordt `15' voor hem geteld; na het winnen van zijn tweede punt `30'; na het winnen van zijn derde punt `40'; en na het winnen van zijn vierde punt wordt voor de speler `spel' geteld, met uitzondering van het volgende: Wanneer beide spelers drie punten hebben gewonnen, wordt `veertig gelijk' geteld; het volgende punt, door een speler gewonnen, wordt geteld `voordeel' voor, die speler. Wanneer dezelfde speler het daarop volgende punt wint, wint hij het spel; indien de andere speler het volgende punt wint, wordt opnieuw `gelijk' geteld, enzovoorts, totdat een speler onmiddellijk na de telling `gelijk' twee opeenvolgende punten wint, in welk geval die speler het spel heeft gewonnen.

De bal raakt een vaste hindernis

Wanneer een bal, na de grond te hebben geraakt, een vaste hindernis raakt dan wint de speler die de bal het laatst heeft geslagen het punt. Wanneer dit gebeurt voordat de bal de grond raakt, verliest hij het punt.

Een speler wordt gehinderd

Men mag zijn tegenstander niet hinderen. Wanneer dit gebeurt tijdens het uitvoeren van een slag, dan verliest hij het punt, wanneer dit hinderen opzettelijk gebeurde. Wanneer het niet opzettelijk gebeurd, dan moet het punt worden overgespeeld. De scheidsrechter bepaald of het wel of niet opzettelijk is.

Wat verstaan we zo onder `hinderen van een tegenstander'.

  • Onnodige schijnbewegingen, bv. het onnodig bij het net heen en weer springen;
  • het slagen van kreten vlak voordat de tegenstander een bal wil slaan;
  • het trekken van rare gezichten en het maken van wilde bewegingen als de tegenstander de bal wil slaan;
  • het opzettelijk opgooien van meer dan één bal bij de service;
  • de tegenpartij op welke manier ook beletten de bal te kunnen spelen;
  • het steeds hinderlijk terugslaan van de bal bij een foutieve service.

Er zijn natuurlijk ook gevallen waar sprake is van `hinderen' maar waar geen opzet in het spel is. Een speler die probeert de bal te spelen komt te vallen maar scoort een goede bal. De tegenstander kan door de val gehinderd zijn (afgeleid) en kan een let claimen.

Wanneer de door de gevallen speler geslagen bal `onhoudbaar' voor de tegenstander zou zijn geweest, dan wint hij het punt, ondanks het `hinderen'. Uit het publiek waait een stuk papier het speelveld op tijdens een slagenwisseling. De speler die aan de beurt is om de bal te slaan, heeft hier hinder van. Hij heeft dan recht op een `let', omdat dit gebeurd buiten zijn schuld.

De service

Op het moment waarop de serveerder begint te serveren, moet hij met beide voeten stilstaan achter de achterlijn en tussen de denkbeeldige: verlenging van de zijlijn en het middenmerk. De bal moet met de L ,wil in een willekeurige richting worden gegooid en voor dat deze de grond raakt, met het racket worden geslagen. Op het moment waarop de bal het racket raakt, is de service voltooid. Er mag maar één bal gelijktijdig worden opgegooid. Wanneer er twee of meer ballen gelijktijdig worden opgegooid, moet er een `let' worden gegeven, behalve wanneer dit opzettelijk gebeurd. In dit geval verliest de serveerder het punt. Uit bovenstaande blijkt, dat men dus ook onderhands mag serveren.

Voetfout

De serveerder mag alleen serveren op het gedeelte als boven beschreven. Wanneer hij met één der voeten buiten dit gedeelte raakt (op de lijn staat of in het speelveld) dan is de service `fout'. Ook mag hij zijn stand niet veranderen door een of andere wijze van lopen. Het bepalen van wanneer er een voetfout is gemaakt is altijd zeer moeilijk geweest en heeft al heel wat felle discussies uitgelokt. Vaak wordt liet geven van een voetfout ervaren als `kinderachtig'. Dit is natuurlijk onzin. Een voetfout is net zo goed fout als het uitslaan van een bal, het is een wezenlijk onderdeel van het tennisspel waar meer op gelet moet worden.

Het winnen van een set

De speler (of spelers) die het eerst zes spellen wint, wint een set. Hij moet echter winnen met een verschil van twee spellen,méér dan zijn tegenstander en zo nodig moet een set worden voortgezet totdat dit verschil is bereikt. Tegenwoordig wordt er bij een stand van 6-6, de `Tie-Break'-regel toegepast.

Maximum aantal sets

Het maximum aantal sets in een wedstrijd is 5 of, wanneer er vrouwen deelnemen, 3. De meeste wedstrijden bestaan echter uit twee gewonnen sets. Foutief ballen wisselen Wanneer, in gevallen waarbij nieuwe ballen moeten worden gegeven na een vastgesteld aantal spellen, deze ballen niet op het juiste moment gegeven worden, zal deze fout moeten worden hersteld als de speler die - of in geval van een dubbelspel het paar dat - oorspronkelijk met nieuwe ballen zou hebben moeten serveren weer aan de beurt is om te serveren.

Coachen

Tijdens het spelen van een wedstrijd in een ploegen-competitie, mag een speler advies krijgen van een aanvoerder, die op de baan zit, maar dan uitsluitend wanneer hij van speelhelft wisselt aan het eind van een spel, echter niet wanneer hij tijdens een tie-break-spel van speelhelft wisselt. Een speler mag geen advies krijgen tijdens het spelen van enige andere wedstrijd. De bepalingen van deze regel moeten nauwgezet worden nageleefd. Een speler, die hiertegen in overtreding is kan, na een duidelijke waarschuwing, van de wedstrijd worden uitgesloten.

Serveerder en ontvanger

De speler die het eerst begint, is de serveerder. De speler die de bal ontvangt is de ontvanger. De serveerder begint op rechts te serveren. Hij moet staan achter de achterlijn (base-line) tussen het middenmerk en het denkbeeldige verlengde van de zijlijn. Voor een enkelspel dus de lijn die wordt gebruikt voor het enkelspel en voor een dubbelspel de lijn die daarvoor wordt gebruikt. De ontvanger mag gaan staan waar hij wil, mits aan zijn kant van het net. Om uit te maken wie mag beginnen, wordt er `getosst' De speler die de toss wint mag zeggen wat hij verkiest, of verlangen van de tegenstander om een keus te maken. Hij mag kiezen om serveerder of ontvanger te zijn. In dat geval mag de andere speler de kant van het net kiezen. Wanneer hij voor een bepaalde kant van het net kiest, mag de andere speler kiezen of hij serveert of wil ontvangen. Er moet afwisselend rechts of links van het speelveld worden geserveerd. Wanneer er aan de verkeerde kant wordt geserveerd (bv. tweemaal achterelkaar van rechts) en het wordt niet opgemerkt, dan gelden de punten die zijn gemaakt normaal, maar de fout moet onmiddellijk worden hersteld. De geserveerde bal moet over het net gaan en de grond raken in het servicevak, dat diagonaal tegenover de serveerder ligt. De lijnen die dit servicevak begrenzen, horen bij het servicevak. Dus lijn is `in'. De service is fout wanneer de serveerder een voetfout maakt, de bal mist terwijl hij hem probeert te slaan of wanneer de bal een vaste hindernis raakt voordat hij de grond heeft geraakt. Ook is de service fout wanneer de bal buiten de lijnen van het servicevak de grond raakt.

Wanneer de serveerder de bal heeft opgegooid om te serveren en besluit om dit niet te doen (bv. de wind veranderd de bal van richting) dan is dit geen fout. Wanneer een geserveerde bal een netpaal of enkelspelpaaltje raakt en daarna in het servicevak stuit, is dit een foutieve service, omdat dit vaste hindernissen zijn.

Wanneer de bal het net raakt en binnen het servicevak stuit, dan is dit een `netservice', dus geen fout. Er mag opnieuw geserveerd worden. Wanneer de eerste service fout is, mag er nog éénmaal geserveerd worden. Wanneer de tweede service fout is, is het punt verloren. De ontvanger moet klaar staan wanneer er wordt geserveerd. Wanneer hij nog niet zover was om te bal te kunnen ontvangen en hem toch terug slaat, moet worden aangenomen dat hij klaar stond om de bal te ontvangen. Hij kan geen aanspraken maken op een `let'. Wanneer hij te kennen geeft nog niet klaar te zijn en de serveerder heeft toch geserveerd en de bal komt niet in het goede servicevak terecht, dan mag hij geen foutieve service claimen.

Na het eerste spel wordt de serveerder de ontvanger en dit gaat zo om de beurt tot het spel uit is. Wanneer er per vergissing tweemaal achterelkaar door dezelfde speler wordt geserveerd, blijven de gemaakte punten geldig tot het moment van ontdekking. De vergissing moet onmiddellijk worden hersteld. Indien het spel is beëindigd, voordat de vergissing is ontdekt, wordt het serveren in de gewijzigde volgorde voortgezet. Eén foutieve service, geslagen voor de ontdekking wordt niet geteld.

Er moet van speelhelft worden gewisseld na de éérste, de derde en elk volgend oneven spel van elke set. Ook wanneer de set is gespeeld en het totaal aantal spellen oneven is, moet er worden gewisseld. Wanneer er een fout is gemaakt bij het wisselen, moeten de spelers direct na de ontdekking de juiste positie innemen en het spel vervolgen in de oorspronkelijke volgorde. De stand blijft gehandhaafd.

Onderbrekingen

Een wedstrijd dient zonder onderbreking te worden uitgespeeld vanaf de eerste service tot het einde van de wedstrijd, op de volgende uitzondering na: - Na de derde set, of wanneer vrouwen meespelen na de tweede set, heeft iedere speler recht op rust; deze mag niet langer dan 10 minuten duren of in landen tussen 15° Noorderbreedte en 15° Zuiderbreedte 45 minuten. Voorts kan de scheidsrechter, wanneer omstandigheden buiten toedoen van de spelers dat nodig maken, het spel opschorten voor een zodanige tijdsduur als hij nodig acht. Wanneer het spel is opgeschort en op een andere dag wordt hervat, mag alleen worden gerust na de derde set (of wanneer er vrouwen deelnemen na de tweede set) die op die dag wordt gespeeld; het voltooien van een afgebroken set wordt gerekend als een hele set.

Spelregels gelden voor mannen en vrouwen

Tenzij uitdrukkelijk het tegendeel is bepaald gelden deze regels zowel voor mannen als voor vrouwen. Bevoegdheden scheidsrechter, lijnrechters en wedstrijdleider Bij wedstrijden, waarvoor een scheidsrechter is aangewezen, is diens beslissing onaantastbaar; maar wanneer ook een wedstrijdléider is benoemd zal bij deze beroep open staan tegen de beslissing van een scheidsrechter omtrent uitlegging van de regels; in die gevallen is de beslissing van de wedstrijdleider onaantastbaar. In wedstrijden waar naast de scheidsrechter assistenten zijn aangewezen (lijnrechters, netrechters, voetfoutrechters), zijn hun beslissingen over feitelijke waarnemingen onaantastbaar, behalve wanneer naar de mening van de scheidsrechter een duidelijke fout is gemaakt. In dat geval heeft hij het recht de beslissing van de lijnrechter te wijzigen of een let te geven. Wanneer zo'n lijnrechter niet in staat is een beslissing te geven, moet hij dit onmiddellijk aan de scheidsrechter kenbaar maken, die dan moet beslissen. Wanneer een scheidsrechter niet in staat is te beslissen over een feitelijke waarneming, moet hij een let geven. In Davis-Cup wedstrijden of in andere ploegwedstrijden waar de wedstrijdleider (referee) op de baan is, kan deze elke beslissing wijzigen en mag hij ook de scheidsrechter opdragen een let te laten spelen. De wedstrijdleider mag te allen tijde en geheel naar eigen inzicht een wedstrijd onderbreken wegens duisternis, de toestand van de baan of het weer. Na elke onderbreking moet de wedstrijd op de verkregen stand en met dezelfde opstelling op het speelveld worden voortgezet, tenzij de wedstrijdleider en de spelers eenstemmig anderszins overeenkomen.

Het `Tie-break' systeem

Enkelspel

  • De speler, die het eerst zeven punten behaalt, wint het spel en de set, vooropgesteld dat hij met een verschil van twee punten leidt. Wordt de puntenstand van 6-6 bereikt, dan moet het spel worden verlengd, totdat dit verschil van twee punten is bereikt. In het `Tie-Break'spel moet - in afwijking van de normale tennistelling - worden geteld met `punten' (d.w.z. 1-0, 2-0, 2-1 enz.).
  • De speler die aan de beurt is om te serveren, serveert voor het eerste punt. Zijn tegenstander serveert voor het tweede en derde punt en daarna serveert iedere speler om beurten voor twee opeenvolgende punten, totdat is beslist wie winnaar van het spel en de set is.
  • Van het eerste punt af moet afwisselend van de rechter- en linkerzijde van een speelhelft worden geserveerd, te beginnen van de rechterzijde.
  • Na elke zes punten en na afloop van het `Tie-Break'-spel moeten de spelers van speelhelft wisselen.
  • Het `Tie Break'-spel telt voor het verwisselen van de ballen voor één spel, met dien verstande dat wanneer de ballen aan het begin van het `Tie-Break'-spel zouden moeten worden verwisseld, dit moet worden uitgesteld tot het tweede spel van de volgende set.

Dubbelspel

In het dubbelspel moet de procedure voor het enkelspel worden toegepast. De speler die aan de beurt is om te serveren, moet voor het eerste punt serveren. Daarna serveert iedere speler bij toerbeurt voor twee punten, in dezelfde volgorde als tevoren in die set, totdat is beslist wie winnaar van het spel en de set is.

Wisseling van service

De speler (of het paar in geval van een dubbel) die (dat) het eerst serveerde in het `Tie-Break'-spel, ontvangt de service in het eerste spel van de volgende set. Geen ander `Tie-Break'-telsysteem is toegestaan.